Abyssale Diepten
Een trage wereld onder een zware waterkolom

Diepte en landschap
De Abyssale Diepten beginnen onder de laatste schemerzone. De bodem is geen vlakke leegte maar een landschap van slibduinen, koude rotsruggen en geulen waarin trage stromingen samenkomen. Voedsel komt vaak van ver: fijne deeltjes dwarrelen maandenlang neer voordat ze de bodem bereiken. Op plaatsen met minerale uitvloei ontstaan juist dichte bacteriematten.
Voedselstromen
Platvoetige grazers schrapen matten van de bodem zonder het slib op te woelen. Andere soorten spannen lange vangdraden uit in de stroming; minuscule deeltjes hechten zich aan trilharen en worden langzaam naar de mond gebracht. Een plotselinge drukgolf kan uren werk tenietdoen. Sommige dieren rollen hun draden dan op, waarbij voedsel verloren gaat maar het dier zelf gespaard blijft.
Groepsvorming en nabijheid
Op open slibvelden schuiven zilvergestreepte dieren bij sterke stroming over elkaar heen. De kleinere dieren liggen uit de wind van de grootste. Andere soorten leiden vrijwel een heel leven zonder een soortgenoot te ontmoeten. Voor deze bewoners kan een aanraking een toeval zijn dat een paar seconden duurt, terwijl een lichtsignaal elders in het donker minutenlang beantwoord wordt.
Voortplanting en ouder worden
Veel diepwaterdieren laten hun jongen aanvankelijk in hoger water leven; pas met de ontwikkeling van zwaardere lichaamsdelen dalen zij af. Niet alle volwassen dieren zien hun jongen ooit terug. Toch zijn in bepaalde geulen jonge dieren aangetroffen die beschutting zoeken tussen de vangdraden van grote filteraars. Deze verdragen dat zolang de stroom rustig blijft. De natuur van de diepte is weinig sentimenteel, maar niet noodzakelijk onvriendelijk.
Voedselbronnen en voorkomende soorten
Dit artikel beschrijft een volledig fictief onderdeel van Pediaphantasia.